
De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) van het Watermanagementcentrum Nederland schaalt op naar het niveau ‘dreigend watertekort’. De afvoeren van de grote rivieren zijn laag, veel lager dan gemiddeld voor deze periode van het jaar. Op dit moment is er nog voldoende water om grote delen van Nederland van zoet water te voorzien, maar de verwachting is dat de afvoeren de komende weken blijven dalen. Deze situatie vraagt om intensievere monitoring en afstemming tussen de waterbeheerders. Ook worden regionaal en landelijk meer maatregelen genomen om de effecten te beperken.
Nederland wordt op twee manieren van zoet water voorzien: via neerslag en via de grote rivieren Rijn en Maas. De neerslag in juni 2026 heeft slechts beperkt bijgedragen aan verlichting van de droogte. Ook in de stroomgebieden van de Rijn en de Maas is weinig neerslag gevallen, waardoor minder water Nederland binnenstroomt. Tegelijkertijd zorgt het warme weer voor meer verdamping, verslechterende waterkwaliteit en een toenemende vraag naar zoet water, onder meer vanuit de landbouw en de natuur. Door de aanhoudende droogte, lage rivierafvoeren en stijgende watervraag neemt de kans op tekorten in sommige regio’s verder toe. Daarom schaalt de LCW (Rijkswaterstaat, de waterschappen en andere waterbeheerders) op naar niveau 1: dreigend watertekort. De betrokken partijen bereiden maatregelen voor, waarvan een deel al in uitvoering is. De actuele situatie is te volgen via de Droogtemonitor van het Watermanagementcentrum Nederland.
Verzilting, scheepvaart, industrie en blauwalg
Door de lage rivierafvoeren neemt de verzilting toe in het westen van Nederland. Waterbeheerders nemen verschillende maatregelen om de indringing van zout water zoveel mogelijk tegen te gaan en voldoende zoet water beschikbaar te houden voor onder meer drinkwater, landbouw en natuur. De scheepvaart ondervindt gevolgen van de lage waterstanden. Binnenvaartschippers moeten op sommige trajecten rekening houden met een beperktere vaardiepte, waardoor minder lading kan worden meegenomen. Ook zijn op enkele trajecten schutbeperkingen ingesteld bij sluizen. Vanwege de hoge watertemperaturen ondervinden bepaalde bedrijven beperkingen voor het lozen of innemen van water. Regionaal neemt het aantal meldingen van blauwalg toe en zijn de eerste gevallen van vissterfte gemeld.
Waarom niet meer water vasthouden?
Een veelgestelde vraag is waarom Nederland niet simpelweg meer water vasthoudt. De huidige mogelijkheden hiervoor worden al benut. Zo is in het IJsselmeer en Markermeer extra zoet water opgeslagen en zijn regionale waterpeilen verhoogd. Er zijn grenzen aan de hoeveelheid water die in de daarvoor ingerichte gebieden kan worden vastgehouden. Zo kan het waterpeil in het IJsselmeer niet onbeperkt worden verhoogd. Er moet ook ruimte blijven om storm of extreme neerslag op te vangen. Bovendien kan niet elk gebied worden voorzien van water uit de grote rivieren en meren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hogere zandgronden, die grotendeels afhankelijk zijn van neerslag. Regionale waterbeheerders hebben daar aanvullende maatregelen genomen, zoals het verhogen van waterpeilen en het instellen van onttrekkingsverboden.
Landelijke samenwerking
De LCW brengt de actuele situatie in beeld en stemt de landelijke waterverdeling af wanneer droogte toeneemt. In de commissie werken Rijkswaterstaat, de waterschappen, het KNMI, provincies, Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, de ministeries Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Economische Zaken en Klimaat nauw samen. Zij beoordelen voortdurend de ontwikkelingen en adviseren over eventuele aanvullende maatregelen.