
Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de nieuwe stikstofplannen kwam vooral GroenLinks-PvdA-Kamerlid Laura Bromet in het vizier van de rechtse oppositie. In het heetst van de strijd kozen verschillende politici niet alleen voor inhoudelijke kritiek, maar ook voor persoonlijke aanvallen op haar. Op de publieke tribune zaten veel boeren die hoorbaar instemden met de felle toon in de zaal. Het debat draaide om de vraag hoe Nederland de stikstofuitstoot moet terugdringen, een thema dat al jaren tot grote spanningen leidt tussen politiek, boeren en natuurorganisaties. De confrontatie liet zien hoe beladen het onderwerp blijft: niet alleen de plannen zelf zorgen voor verdeeldheid, maar ook de manier waarop Kamerleden elkaar in het debat benaderen.
Invallend Kamervoorzitter Wieke Paulusma moet tijdens het debat meermaals ingrijpen, omdat radicaal-rechtse Kamerleden over de schreef gaan in hun confrontatie met de landbouwwoordvoerder van Progressief Nederland. Mona Keijzer (ex-BBB, nu eenpitter) beweert op een gegeven moment dat Bromet de ‘voedselzekerheid’ van het Nederlandse volk in gevaar brengt. Het Pro-Kamerlid zou volgens Keijzer zelfs een hongersnood kunnen uitlokken met haar pleidooi voor een stevig stikstofbeleid. ‘Voedsel wordt onbetaalbaar door de keuzes die mevrouw Bromet nu maakt’, bijt Keijzer haar toe.
Hidde Heutink (Groep Markuszower) doet er nog een schepje bovenop. Hij maakt Bromet uit voor ‘boerenhater’ en beschuldigt haar ervan dat ze veehouders ‘van een klif wil duwen’. Paulusma roept hem tot de orde.
De persoonlijke aanvallen op Bromet vallen wel in de smaak op de publieke tribune, die stampvol boze boeren zit. FvD-fractievoorzitter Lidewij de Vos slaat Bromet om de oren met ‘cijfers’ die zouden aantonen dat 80 procent van de Nederlandse Natura 2000-natuur in ‘goede tot uitstekende’ staat verkeert.
Bromet heeft daar niet meteen een reactie op, omdat ze het onderzoek dat De Vos noemt niet kent. Uit talloze wetenschappelijke rapporten blijkt bovendien dat de Nederlandse natuur wel degelijk achteruitgaat. Haar verwarring wordt door het boerenpubliek met hoongelach begroet. Paulusma spreekt de luidruchtige toeschouwers bestraffend toe, omdat Kamerleden veilig hun mening moeten kunnen geven. De vermaning helpt maar even. Als een vrouw tegen Bromet begint te schreeuwen, dreigt Paulusma met ontruiming van de tribune.
Bromet is woensdag het verbale mikpunt, omdat haar partij de rechtse oppositie voor het debat al buitenspel zette. Pro sprak dinsdag zijn steun uit voor de stikstofmaatregelen van landbouwminister Jaimi van Essen (D66). Daarmee heeft het minderheidskabinet de benodigde meerderheden in beide Kamers in principe binnen.
Roependen aan de zijlijn
In de Eerste Kamer hoeven alleen Volt, de SP of de PvdD dan nog aan te haken. De steun van één van die partijen is daar al voldoende voor een meerderheid, als Pro met de drie regeringspartijen meestemt. Rechtse oppositiepartijen als de ChristenUnie, JA21 en de SGP dreigen gereduceerd te worden tot roependen aan de zijlijn, wier politieke wensen er niet meer toe doen. Caroline van der Plas (BBB) laat haar frustratie hierover de vrije loop en speelt en passant in op het sentiment op de publieke tribune door Pro-leider Jesse Klaver van ‘dictatoriaal gedrag en chantagepraktijken’ te betichten. Bovendien: ‘Er is geen stikstofprobeem.’
De altijd handige Pieter Grinwis (ChristenUnie) probeert dit te voorkomen door het kabinet te herinneren aan een recente uitspraak van de eeuwige optimist Rob Jetten. De premier verklaarde onlangs dat hij een breed draagvlak van ‘minstens honderd Kamerzetels’ voor de stikstofplannen zoekt. Grinwis rekent Van Essen en diens staatssecretaris Silvio Erkens fijntjes voor dat die doelstelling alleen haalbaar is met steun van minstens één rechtse partij.
Koeiennorm
Koeiennorm
Maar de steun van de ChristenUnie, JA21 of de SGP is niet goedkoop, maken ze tijdens het debat duidelijk. De drie partijen willen een van de pijlers onder de stikstofplannen, de landelijke koeiennorm, schrappen of op z’n minst sterk versoepelen. Van Essen wil die norm vaststellen op 2,6 melkkoeien per hectare in 2035. Volgens CBS-cijfers uit 2022 zit 22 procent van de melkveehouderijen boven die norm. Die bedrijven zouden dus in de komende tien jaar hun veestapel moeten verkleinen. Maar in de provincies Zeeland, Flevoland, Limburg en Noord-Brabant is dat percentage veel hoger. De melkveebedrijven in die provincies bezitten gemiddeld minder grond, waardoor de veedichtheid er veel groter is. Inzet van het kabinetsbeleid is ‘grondgebondenheid’: veehouders moeten de mest die hun dieren produceren zo veel mogelijk op eigen grond kwijt kunnen.
Veehouders hard geraakt
In het veerijke Noord-Brabant zit maar liefst 53 procent van de melkveehouders boven de 2,6-norm, in Flevoland de helft, in Limburg 37 procent en in Zeeland ruim een op de drie. Het kabinetsbeleid gaat hier dus veel veehouders hard raken. Maar als het kabinet ‘klein rechts’ tegemoetkomt, verliest het de steun van Pro. Bromet zegt tegen de twee bewindspersonen dat haar partij voorstander is van een koeiennorm van 2,2 per hectare, en dus al een concessie doet door 2,6 te accepteren.
De ChristenUnie en de SGP hebben nog meer eisen. Ze willen ook minder en smallere bufferzones rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, een andere pijler onder het nieuwe kabinetsbeleid. Van Essen wil dat boeren die gevestigd zijn binnen 500 of 1.000 meter van een Natura 2000-gebied hun stikstofuitstoot fors meer verlagen dan het landelijke doel van 42 tot 46 procent in 2035. Het gaat om zo’n 20 procent extra reductie, dus circa 60 tot 65 procent.
Een open vraag is nog hoe het kabinet de landelijke doelen in wetgeving wil gieten. Een bandbreedte opnemen in de wet lijkt zinloos, omdat een doelstelling van 42 tot 46 procent in de praktijk immers behaald is bij 42 procent. Een bovenkant van een bandbreedte in de wet opnemen zou impliceren dat de stikstofuitstoot niet verder mag dalen dan 46 procent, maar voor een maximumreductie heeft nog niemand zich uitgesproken.