Ze zag heus het belang van virusbestrijding, van genoeg capaciteit in de ziekenhuizen en van bescherming van potentiële patiënten tijdens de coronapandemie, zegt oud-staatssecretaris voor Economische Zaken Mona Keijzer. Maar ze zag in de loop van 2020 en in 2021 steeds sterker ook een ander belang – dat van kleine ondernemers die telkens weer de zaak moesten sluiten, economische stilstand en vooral dat van ouderen en jongeren die kampten met eenzaamheid en psychische problemen als gevolg van de beperkende maatregelen.
Kreeg Keijzer, die lid was van het kabinet, dan niet de ruimte om daar die belangen onder de aandacht te brengen, vroeg de Corona-enquêtecommissie woensdagmiddag verschillende keren. „Jawel”, antwoordde zij, „maar het hielp niets.” Er was van begin tot eind één groepje dat alles bepaalde, volgens Keijzer: de premier, de minister van Volksgezondheid, de minister van Justitie en het hoofd van de NCTV. En die lieten zich leiden door adviezen van het Outbreak Management Team (OMT). Alles draaide volgens Keijzer om één mantra: hoe meer ontmoetingen, hoe meer besmettingen en hoe meer besmettingen hoe meer ziekenhuisopnames. „Tunnelvisie”, noemt zij het.
Onderwijl kreeg Keijzer, als staatssecretaris van Economische Zaken, steeds meer dringende beroepen van kleine ondernemers en hun vertegenwoordigers om de maatregelen niet steeds te veranderen. Van horecazaken, kappers, de detailhandel en MKB Nederland. „De discussies vlogen steeds heen en weer: dan mochten er weer zó veel mensen in de winkel, dan weer zó veel. Het was een knotsgekke tijd en ik dacht steeds vaker: waar zijn we mee bezig?” Anders dan Maurice de Hond, die woensdagochtend werd gehoord door de enquêtecommissie, noemt Keijzer niet één bewindspersoon of hoge ambtenaar bij naam, behalve enkelingen over wie ze positief oordeelt, zoals toenmalig ministers Eric Wiebes (Economische Zaken) en Wopke Hoekstra (Financiën).
‘Integriteit van het lichaam’
Haar eerste conflict met kabinetscollega’s ontstond na Black Friday, eind november 2020. „De Koopgoot in Rotterdam liep vast van de mensen en dus moesten álle winkels dicht in alle kleine dorpen. Ik moest de brief met die mededeling naar de branches sturen, maar ik wist dat ik meteen weer vragen zou krijgen: wat is dan een essentiële winkel en wat niet? Mag de Hema openblijven? De Action? Ik heb geweigerd die brief te sturen.” Ze werd, vertelt Keijzer, woedend opgebeld door de toenmalig minister van Justitie. En vervolgens eiste ook haar eigen minister van Economische Zaken, met wie ze het goed kon vinden, dat ze de brief verstuurde.
Haar onvrede groeide in de loop van 2021 omdat ze vond dat het kabinet en zijn adviseurs steeds verder af kwamen te staan van de „maatschappelijke werkelijkheid”. Het coronatoegangsbewijs was de „druppel”. Keijzer is voor vaccinatie op vrijwillige basis en ze vond een toegangsbewijs voor horeca, theater of vliegtuigen op basis van een negatieve corona-testuitslag nog wel te billijken. „Want dan kon er weer een beetje geleefd worden.” Maar een 2G-toegangsbewijs, wat inhield dat men óf gevaccineerd moest zijn óf genezen moest zijn van Covid-19 , was voor haar onbespreekbaar. „Daarmee werden gevaccineerden en ongevaccineerden tegen elkaar opgezet. Dat kan niet. Ik was toen nog lid van het CDA. De integriteit van het lichaam is heel belangrijk: de overheid mag niet bepalen welke medicijnen je neemt.”
Vlak na Prinsjesdag 2021 gaf Keijzer een interview aan de Telegraaf waarin ze kritisch was over het coronatoegangsbewijs. Ze had, zegt zij, al twee keer geprobeerd ontslag te nemen, maar de toenmalig premier wilde er niet van horen.