Arian Prins in het SKOV-bestuur
Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik voor april dit jaar nog nooit had gehoord van Arian Prins maar dat veranderde plotseling toen deze heer in forse bewoordingen naar mij uithaalde over mijn bijdrage ‘Don Bosco-personeel de mond gesnoerd’ van 6 april j.l.
Waar ging het ook weer over?
De bestuurder van de SKOV, Margareth Runderkamp was het beu om via social media geconfronteerd te worden met aanvallen op haar beleid en stelde daarom een protocol op waarin duidelijk gemaakt werd dat kritiek op haar beleid niet toegestaan is, door niemand maar zeker niet door personeel van de SKOV en – je gelooft het of niet – ook niet door personeel dat niet meer in dienst van de SKOV is, hetzij ontslagen, hetzij met pensioen of vul maar in. Dat nodigde mij uit om daar een reactie op te schrijven.
Als een van de eersten kwam Arian Prins aan de beurt om mij met argumenten om de oren te slaan. Ik zag daar destijds niet het nut van in om hem daarop te antwoorden. Dat deden Jan Tol (Dollie) en Peter Louter op de hen bekende wijze voor me.
Nu echter Arian het schavot beklimt en door de bestuurder van de SKOV is benoemd tot ‘ toezichthouder’ heb ik het schrijven van dhr. Prins toch nog even voor me genomen.
Prins was als ouder destijds voorzitter van de GMR van de scholen van het primair onderwijs en opende zijn aanval op mij met een wel ongelukkige voorzet dat hij een relatie heeft met Margareth Runderkamp. Weliswaar een zakelijke maar toch een relatie. Dat lijkt niet te rijmen met zijn aanstelling als toezichthouder.
We kennen Margareth Runderkamp en haar beleid maar dit valt toch wel heel erg op; in een strijd die zij voert om een overdracht van het Don Bosco College aan het Atlas College tot stand te brengen heeft zij niet veel aan neutrale toezichthouders die zonder enige binding met de bestuurder toezicht houden op het reilen en zeilen van de SKOV. Dat neutrale is hier dus helemaal niet aan de orde. Wat destijds Peter Louter, Jan Tol en ik niet hebben doorzien was dat de reactie van Arian in feite een sollicitatie was naar het hogere waarbij hij lippendienst kon bewijzen aan de bestuurder. In feite staat zijn hele epistel vol met slippendragerij waarop ik er nu toch enkele aanhaal.
Prins stelt dat ik op de zaken vooruit loop in zake het protocol ‘social media’ omdat dit nog helemaal niet is aangenomen. Wel of niet aangenomen, het straalt een wens uit om personeel de mond te snoeren. Er komt al genoeg kritiek van buiten de school op het beleid. Als er dan in zo’n concept al gedreigd wordt met juridische stappen en ontslag en houd je je mond wel als je als docent moet zorgen voor een gezinsinkomen. Dat Prins de bijdragen van Peter Louter en Jan Tol (Dollie) afdoet als ‘meehuilen van blafhonden’ kenmerkt het denkraam van hem. Een zwaktebod om kritische geluiden uit de Volendamse samenleving zo af te doen. Prins stelt verder dat hij in het verleden nog nooit door Margareth Runderkamp is belazerd.
Ach, wat niet is kan nog komen. Daar weten veel personeelsleden en\of ex-personeelsleden over mee te praten. Runderkamp heeft met hulp van onderzoeksbureau Hoffman, meerdere gezinnen in grote problemen gebracht en daarmee de werksfeer binnen de school.
Prins beticht mij ook van ‘over het graf regeren’. Hij raadt mij aan om ‘los te laten’. Zoals gezegd ken ik Prins helemaal niet en hij kent mij ook blijkbaar niet. Als je zoals ik, in 1985 met een ‘stuurgroep’ ontzettend veel moeite gedaan hebt om een middelbare school voor Volendam te realiseren, moet het Prins toch duidelijk worden dat mijn inzet voor het behoud van wat we destijds voor elkaar gekregen hebben, niet zomaar te grabbel laten gooien door mensen die klaarblijkelijk die binding met het DBC niet hebben. Ook Prins ontbeert die binding als ik iets verderop van hem lees en ik citeer hem: ‘Wat maakt het nu exact uit dat een school onder een ander bestuur gaat vallen?’
Mijn betrokkenheid heeft helemaal niets te maken met ‘over het graf regeren’ maar met ijveren voor behoud van een goede school die nationaal ooit topprestaties leverde. Dat heeft niet te maken met wat Prins stelt ‘cowboyverhalen’ en nog erger waar hij mij beticht van ‘moddergooien’. Helemaal bont maakt Prins het als hij stelt dat mede door kritische lieden zoals ik, de SKOV bestuurd wordt ‘op het dorpsplein’. Hij heeft niet in de gaten dat zijn dorpsplein zich ondertussen uitstrekt tot de gehele Volendammer gemeenschap, de gemeenteraad van Edam-Volendam en zelfs de gemeenteraad van Hoorn waar de openbare scholengemeenschap Atlas onder valt. Hoorn zit ook klaarblijkelijk niet te wachten op een hoop sores,
aangedragen door Runderkamp en Werkman. De betrokkenheid van de gemeenteraad van Edam-Volendam blijkt wel uit de gesprekken die door de fractieleiders zijn georganiseerd om alle ‘ins en outs’ van Runderkamp en Werkman te vernemen. Hoe onhandig was het in dit kader van Runderkamp om een van de fractieleiders tijdens de receptie van de SKOV uit het Jozefgebouw te laten verwijderen als ongenode gast. Gelukkig voor Jaap Schilder van Lokaal Edam-Volendam, want die onderging deze vernedering, bevindt zich deze Jozefzaal op straatniveau waardoor Jaap botbreuken bespaard zijn gebleven.
Epiloog: toen ik als kind op de Dam naar de bekende poppenkast stond te kijken had ik er geen benul van dat er onder in die kast een vent aan de touwtjes trok. In het geval van de SKOV weet ik dat wel. Onder in die kast zit een bestuurder die weer een nieuwe pop op het toneel heeft gezet. Nu nog als toezichthouder maar straks met het vertrek van Nicolette Engbers als ‘droomPrins’ in de rol van Voorzitter van de Raad van Toezicht. Ik haal hierbij nog even aan de code van goed bestuur primair onderwijs:
Artikel 19 Onafhankelijkheid punt 7:
Iedere schijn van belangenverstrengeling tussen de organisatie en het schoolbestuur moet worden voorkomen.
Kan het zo uitgelegd worden dat bij het zitting nemen van een ex-voorzitter van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad Primair onderwijs in de Raad van Toezicht van dezelfde stichting sprake is van een schijn van belangenverstrengeling.
Ik zou dhr. Prins van harte willen aanraden om af te zien van deze functie en te voorkomen dat zijn naam verbonden wordt aan de ondergang van het Don Bosco College.
drs. Jos Koenen