Aanwezig bij dit agendapunt van de ARO commissie van der provicie Noord-Holland: heer M. Matser (Van der Valk Hotels), de heer J. Knijff (architecten- bureau van den Hoeven), de heer M. Jansen (stedenbouwkundige, gemeente Purmerend), de heer J. Hoogeboom (Rijksdienst Cultureel Erfgoed) , mevrouw P. Hania (projectmanager, gemeente Purmerend), mevrouw B. Broijl (projectmanager, gemeente Purmerend) mevrouw H.W. Veltmeijer (gemeente Purmerend).
De heer Knijff geeft een toelichting op het plan. Het oorspronkelijke ontwerp ging uit van een hoogbouw van circa 68 meter, op een plint van 2 bouwlagen. Via de plint in het groen vindt aansluiting bij de locatie plaats. In het programma was ruimte voor een casino en live cooking/ontbijtzaal in de plint. Laden/lossen vond plaats aan de achterzijde van het hotel en in het groen. De hoogbouw op de plint heeft het karakter van landmark en herkenningspunt: deze rijst op uit een gesloten groengebied waarin de plint verborgen ligt. Er zijn twee nieuwe varianten uitgewerkt.
In de eerste variant (model A) is de hoogte teruggebracht tot 60 meter. Het casino en de live cooking/ontbijtzaal zijn vervallen, waardoor het zwembad ondergebracht kan worden in de plint. Het bebouwde oppervlak is met 600 m2 teruggebracht en het uitzichtpunt op de Beemster is gehandhaafd. In de tweede variant (model B) is het volume van de plint verkleind en is de hoogte teruggebracht tot 51 meter. Door trapsgewijze opbouw van de plint ontstaat er meer aansluiting bij het groen en het water. Het bebouwde oppervlak is met 540 m2 teruggebracht en het uitzichtpunt op de Beemster is gehandhaafd. Het hotel blijft zichtbaar vanuit de directe omgeving.
Het ontwerp zorgt voor minder hoog gebouw (ca. 18 meter lager), maar krijgt meer volume in de lengte en breedterichting. De verdiepingen met hotelkamers worden uitgevoerd met balkons, waardoor er meer interactie ontstaat met de directe omgeving en de Beemster. Deze strak uitgelijnde verspringende balkons refereren naar het patroon van de Beemster. Door middel van een aantal visualisaties worden de verschillende modellen met elkaar vergeleken. Bij de beelden vanuit de Beemster zijn de volumes voor de bomen geplaatst, omdat deze anders (deels) verdwijnen achter de bomen.
Wanneer de modellen A en B naast elkaar gezet worden is duidelijk dat model B vanwege zijn geringere hoogte minder impact heeft op de omgeving t.o.v. model A, maar wel zichtbaar blijft vanuit de directe omgeving. De voorkeur gaat er dus naar uit om model B. De heer Hoogeboom reageert op het plan, als erfgoedspecialist. Het plan ligt in de nabijheid van werelderfgoed. Als er naar de kernkwaliteiten gekeken wordt hoeft dit plan hier niet concurrerend aan te zijn. De kernkwaliteiten staan redelijk helder omschreven. Eigenlijk hebben alle werelderfgoederen een invloedsfeer met een buffer. Dat geldt voor deze locatie niet.
De Ringvaart is de contour en de begrenzing. En dan de kernwaarde: de hoogbouw tast de openheid niet aan. Het is echter wel de vraag of een dergelijke ontwikkeling op deze plaatst gewenst, ook gezien in relatie tot de hoogbouwvisie van Purmerend. De suggestie van een poort naar het landschap kan ook op een andere wijze worden vormgegeven, zonder hoogbouw. De ARO bedankt de heer Knijff en de heer Hoogeboom voor zijn toelichting en commentaar.
De ARO heeft een aantal opmerkingen naar aanleiding van de presentatie. In zijn algemeenheid vraagt de ARO zich af of deze plek echt gebaat is bij een statement of een landmark. De plek vraagt om een meer genuanceerde invulling, die meer reageert op de bijzondere situatie, in de nabijheid van het UNESCO werelderfgoed. Een gebieds-specifiek ontwerp, dat zijn inspiratie haalt uit de ontwerpprincipes van de Beemster, met zijn precieze aandacht voor maatvoering en ritmiek.
Er zijn daarnaast allerlei lokale inspiratiebronnen te vinden voor de inrichting voor het landschap, zoals de rietmoerassen van het Ilperveld. Als de ARO zich beperkt tot de getoonde modellen vindt zij de gelaagdheid van model B interessant, maar er zou gezocht kunnen worden hoe je het gebouw locatie-specifieker kunt maken, zowel in de architectuur als in de inpassing in de situatie. Als je nu naar de situatietekening kijkt zie je aan de ene kant een soort parkachtige inrichting en de andere kant eigenlijk gewoon een parkeerplaats. Het lijkt erop alsof er een gebouw is ontworpen, met daar omheen een parkeerterrein, dat in het landschap is geplaatst. Een omgekeerde werkwijze, waarbij het landschap het vertrekpunt is, zou een beter ontwerp opleveren. De heer Knijff reageert op de opmerkingen van de ARO.
We kunnen kijken hoe we het parkeerterrein, maar ook de waterpartijen, nog beter kunnen aansluiten op het ontwerp. En hoe we het ontwerp beter kunnen aan laten sluiten op de omgeving? Daar zullen wij een landschapsarchitect in betrekken, die eerder ook bij betrokken is geweest. Dat is nu nog niet gebeurd. De landschapsarchitect zal ook kijken naar de fiets- en voetgangersverbindingen. Er zijn ook plannen voor vanuit de gemeente Purmerend om deze verbindingen te maken. De ARO reageert op de opmerkingen van de heer Knijff.
De ARO wil een pleidooi houden voor een samenwerking tussen architect en landschapsarchitect, waarbij gekeken wordt naar interactie tussen de plek, de omgeving en het gebouw, waardoor er een nieuw soort samenspel ontstaat. Met de locatie als vertrekpunt. Wellicht is het nuttig andere configuraties te onderzoeken, die van nature een andere relaties aangaan met de omgeving. Hierbij valt te denken aan een (gestapelde) laagbouwvariant, eventueel met een uitzichtpunt.
Conclusie, samenvatting
De ARO blijft ten eerste aarzelingen houden bij de getoonde modellen. Er is vastgehouden aan de bestaande configuratie van het hotel, waarbij alleen de hoogte is aangepast. Een onderzoek naar andere configuraties die beter passen bij deze kwetsbare plek, die grenst aan UNESCO werelderfgoed de Beemster, is achterwege gebleven.
De vertegenwoordiger van de Rijksdienst zegt grote aarzelingen te hebben bij de keuze voor een toren. Als we ons beperken tot de getoonde modellen heeft de ARO twijfels over de inpassing in de directe omgeving met een dominante positie van het parkeren. De bijdrage van een landschapsarchitect is hierbij onontbeerlijk, waarbij het landschap als vertrekpunt wordt gebruikt, en niet als sluitstuk.
De ARO vraagt aandacht voor de inpassing van het plan in de wijdere omgeving, met aandacht voor fiets- en voetgangersverbindingen met Purmerend en het omliggende agrarische gebied. De ARO vraagt om gebieds-specifiek ontwerp, dat zijn inspiratie haalt uit de ontwerpprincipes van de Beemster, met zijn precieze aandacht voor maatvoering en ritmiek. Van der Valk hotel kan overal in Nederland staan dus onze oproep is om naar die couleur locale te kijken.
De huidige keuze voor snelweg hotel doet geen recht aan de locatie. Maak het specifiek en maak het een deel van het landschap. Daar ligt wat betreft de ARO de grote uitdaging. De ARO stelt voor een aangepast ontwerp nogmaals in de commissie te bespreken.
De ARO wenst de aanvrager succes en inspiratie bij de nadere uitwerking.
Wal-ge-lijk, zo’n zoveelste horizonvervuilende VanderValksteenklomp in het landschap.
Bah, bah en nog eens bah.