Op een zonnige donderdagochtend loop ik naar de Dam. Ik sta er bovenop even stil, genietend van één van de mooie uitzichten in ons centrum, die ook mij telkens weer uitnodigen om in ieder jaargetijde een foto te maken. De Speeltoren, nu nog gedeeltelijk verscholen achter de bomen, met een enkele kale tak en de inmiddels verkleurde bladeren die het wegdek van de Keizersgracht en ’t Spui versieren. En daar op het bankje tegenover het Snoepwinkeltje zit mijn medewandelaar, David Kemper, op mij te wachten. Hij zwaait. De klok slaat elf uur. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Met uitgestrekte hand loopt hij mij tegemoet en stelt zich voor. Wij hebben elkaar nog niet eerder ontmoet. Vanuit zijn jaszak haalt hij een zilveren doosje met bonbons tevoorschijn dat hij aan mij geeft: “Tja, als we bij het Snoepwinkeltje afspreken dan hoort daar wat lekkers bij! En ik vind het ontzettend leuk om met jou een ‘vestinkie om’ te lopen”, zegt hij enthousiast. Hij is een trouwe lezer van deze rubriek en van de Stadskrant. Blij verrast en een beetje ontroerd neem ik dankbaar het doosje aan. We lopen via de Prinsenstraat, langs de Matthijs Tinxgracht linksom de Westervesting op. Een route die David bijna dagelijks loopt.
Bodywarmer
“Ik heb gehoord dat jij een Edammer in hart en nieren bent”, reik ik hem aan. “Ik ben in Purmerend geboren, maar dat laten we gemakshalve achterwege”, hoor ik veel ‘echte’ Edammers zeggen. Hij is opgegroeid in de Molenbuurt van Edam en woont nu in de Osterlinghstraat. Toch valt hij onder de categorie ‘Bodywarmer’ als we het vanuit de gehele gemeente bekijken. Een ‘niet Volendammer’ werd vroeger ‘een jas’ genoemd, omdat er toentertijd geen jas, maar een ‘doek’ werd gedragen op het dorp.
Zijn vader is dan weliswaar een échte Edammer, zijn moeder is een Volendamse. “Dat maakt mij inderdaad een “bodywarmer” zoals ze dat in de volksmond soms noemen, maar ik voel me een echte Edammer”. Als ik vraag naar zijn achternaam legt hij uit: “Je hebt een Volendammer en een Edammer tak van de Kempers. Toch schijnen de Volendammer ‘Kempers’ van oorsprong ook uit Edam te komen”, vertelt David. Zijn oma heeft een bekendere Edammer achternaam: Rossenaar.
Autoped
David geniet volop van het beste van beide wat de gemeente ons te bieden heeft. Zo is hij bijna iedere zaterdag bij EVC te vinden. Die plek behoort ook tot één van zijn favorieten. “Ik ben niet per se een goede voetballer, maar qua gezelligheid kan ik aan de zijlijn goed scoren. Mijn zus staat soms achter de bar, mijn vader vlagt regelmatig en mijn vrienden komen hier samen”. Ook de derde week van de bouwvak werd gevierd op de Dijk in Volendam en op beide Kermissen heeft hij de lichten uitgedaan. “Toch blijf ik de Edammer Kermis het leukst vinden.” En zo vertelt hij over de fijne herinneringen die hij heeft aan de laatste editie. Ondanks het feit dat hij de autopedrace dit jaar niet gewonnen heeft, omdat hij van de autoped raakte en erachteraan moest rennen. “En dat is met een flinke kater best een uitdaging kan ik je vertellen. Maar volgend jaar gaan we winnen!”.
Oma
Hoewel David in de categorie ‘jonge Edammers’ valt, groet hij net als alle eerdere generatie Edammers, veel passerende bekenden. Regelmatig gaat zijn hand de lucht in om te zwaaien naar de bewoners in de huizen waar we langslopen. We vervolgen onze weg langs het busstation, via de kastanjevesting en als we ter hoogte van de eendenvijver de Baanstraat willen oversteken fietst zijn oma voorbij richting het centrum. “We hadden het net over haar, maar het heeft geen zin om te roepen hoor, want ze hoort het toch niet”.
Aan het einde van de Baandervesting lopen we over de Kettingbrug en dan kunnen we niet verder vanwege wegwerkzaamheden. “Ik neem toch nooit de Noordervesting tijdens mijn ‘vestinkies om’“, zegt David. “Ik vind het veel gezelliger om via de Voorhaven te lopen”.
Thuiswedstrijd
Vanaf de donkere kant steken we het bruggetje, tegenover het oude Bosvolkgebouw, over naar de lichte kant en we lopen terug richting de Dam. Ondertussen vraag ik aan David hoe hij zijn toekomst voor zich ziet. “Ik zou graag in Edam willen blijven wonen, maar het is nu niet te betalen. Ik ben gelukkig nog jong en ik heb geen haast dus ik kan in mijn ouderlijk huis nog even sparen”. David werkt als productiemedewerker bij Smilde Bakery. Een thuiswedstrijd wat hij helemaal prima vindt.
“Mijn vrienden denken dat ik met een Volendamse thuiskom, dus als het ooit zo ver komt, dan raakt zij uiteindelijk toch voorbij dat derde klaphek. Ik ben wel eens twee weken op vakantie geweest, maar na een paar dagen ben ik eigenlijk wel weer klaar om naar huis te gaan”. Als we weer op de Dam aankomen zegt David wijzend naar de Speeltoren: “Dit is mijn favoriete uitzicht en dan vooral in de herfst”. Tsja: Zoals het klokje thuis tikt…