Aan de keukentafel met Hilda Raasing, sinds 2023 voorzitter van het gemeenschappelijk dorpsradenoverleg, het GDO. Hierin nemen deel de Purmer, Oosthuizen, Beets, Warder, Schardam, Hobrede, Middelie en Kwadijk. De wijkraad in Edam is vorig jaar opgeheven, Volendam heeft zich uit het overleg teruggetrokken. Wat gaat goed, wat gaat minder goed? Hoe kan participatie beter en welke adviezen geeft de voorzitter namens de dorpsraden aan het gemeentebestuur? Foto Yvonne Jonkman: Waar de stadsraad in Edam is gestopt en Volendam op eigen houtje verder gaat, zijn de dorpsraden in de Zeevang verenigd
Raasing: “In grote lijnen komt het neer op structureel overleg tussen vertegenwoordigers van de dorpsraden met het gemeentebestuur over zaken die lokaal spelen. Bij het overleg is er ambtelijke ondersteuning, wethouder Dijkshoorn is regelmatig aanwezig. Het gaat om belangenbehartiging, denk aan ruimtelijke plannen en initiatieven. Maar ook participatie is een punt van grote aandacht. Het GDO bundelt de lokale krachten, deelt onderling kennis en maakt contacten met de gemeente sterker. Ik wil daarbij benadrukken dat iedere dorpsraad wél zijn eigen identiteit behoudt, dus van dit platform kan je zeker zeggen dat het ‘eenheid in verscheidenheid’ laat zien.”
Actuele thema’s
De voorzitter noemt een aantal onderwerpen als de gemeenschappelijke noemer: gaswinning in onze gemeente, uitbreiding en traject stroomnet in NH, subsidieregelingen dorpsraden, convenant dorpsraden, voorzieningen in kleine kernen waaraan gekoppeld kleine kernenbeleid. Op de vraag naar wat er goed gaat in het overleg, antwoordt zij als volgt: “Ik noem dan als eerste de onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen. We leren graag van elkaar. Hot is momenteel ook de rol die de gemeenten hebben bij het onderbrengen van mensen in opvanglocaties bij rampen. Na bespreken van deze taak is de ambtenaar belast met openbare orde en veiligheid op pad gegaan om locaties in de dorpen in beeld te brengen. In samenspraak met de dorpsraden kom je een heel eind, is vertrouwd en verantwoord.”
Wat gaat minder goed?
“Ik kan er niet omheen, dan moet ik toch de nieuwe participatieverordening van onze gemeente noemen die de samenwerking moeizaam doet verlopen. De verordening klinkt sympathiek, maar werkt zwaar onvoldoende. Participatie betekent ook dat je bijeen moet komen, met elkaar in gesprek gaan, de bewoners opzoeken met inzet van de dorpsraden als intermediairs. Gemeente, laat je zien, spreek met de mensen, hoor en voel wat er onder de mensen leeft. Online kan er veel, maar het werkt niet altijd.
Draagvlak moet ontstaan aan de voorkant en niet halverwege de rit. Informatie moet er vroegtijdig zijn, pas dan kan je serieuze betrokkenheid verwachten. De gemeenteraad heeft het participatiebeleid goedgekeurd, het GDO adviseerde echter om het zo niet te doen. Ik spreek namens de dorpsraden die van mening zijn dat ‘buiten naar binnen’ moet worden gehaald. Deze werkhouding wordt nog weleens gemist in de ambtelijke organisatie. Eigenlijk sluit dit naadloos aan: haal informatie op, maar dan niet uitsluitend uit je pc.
Er zou naar de mening van de dorpsraden ook wat meer samenwerking met de gemeente kunnen plaatsvinden op basis van vertrouwen. We spreken al jaren over een nieuw convenant en een nieuwe subsidieregeling. Niets groots of ingewikkelds, maar we lopen permanent aan tegen doorgeslagen regelgeving. Dorpsraden willen niets anders dan het beter, leuker en makkelijker maken voor de inwoners. Dat vertrouwen moet er bij de gemeente zijn”, merkt zij op.
Politiek café
In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart organiseerde het GDO in september een informatieavond in het dorpshuis van Hobrede voor alle politieke partijen in onze gemeente. Hieraan werd op één na gehoor gegeven. Een van de doelstellingen was om de afstand te verkleinen en ‘de politiek’ dichter bij de kernen te brengen. De avond werd over de volle breedte als heel waardevol beschouwd, informatief en zeker voor herhaling vatbaar. Raasing, adviserend: “Nu is het moment om te laten zien dat het geen loze woorden zijn geweest. Neem de kernen serieus, blijf verbonden, laat daadwerkelijke interesse zien. Het mag niet bij beloftes blijven. En wat verbondenheid betreft, wil ik dat advies doortrekken naar het huidig en volgend College van B&W. Maar het allerbelangrijkste advies is toch echt het opnemen van een duidelijke plek van de dorpsraden en de kleine kernen in het nieuwe coalitieakkoord. We gaan het zien en beleven!”