De herdenking op 4 mei raakte mij diep. Wat mij vooral trof, was hoe groot de opkomst was en de noodzaak wordt gevoeld om te blijven gedenken. Juist in een wereld waarin onrust en onzekerheid toenemen, voelt herdenken voor veel inwoners niet als iets van vroeger, maar als iets dat juist vandaag de dag van groot belang is.
Voor mij zit de kracht van geschiedenis niet alleen in boeken of monumenten. Die kracht zit in mensen. In hun verhalen, hun keuzes, hun twijfel misschien ook. In Guusje Goede zag ik zo iemand: een jonge Landsmeerse vrouw, nog maar net volwassen, die besloot niet weg te kijken maar iets te doen. Dat maakte haar verhaal voor mij zo indrukwekkend. Niet omdat het een verhaal van ver weg is, maar juist omdat het hier begint, gewoon in onze dorpen, in onze straten.
Wat mij daarbij ook raakt, is dat we in de oorlog vaak te lang te weinig hebben gehoord over de rol van vrouwen. Alsof moed alleen een mannenverhaal was. Guusje laat het tegendeel zien. Zij stond op. Stil, vastberaden en met groot risico voor haar eigen leven. Zulke verhalen verdienen niet alleen erkenning, maar ook doorvertelling.
En misschien is dat wel de belangrijkste les die ik 4 mei opnieuw heb gevoeld: vrijheid, vrede en veiligheid zijn nooit vanzelfsprekend. Ze vragen om waakzaamheid, om woorden, en soms ook om daden. Daarom moeten we blijven gedenken. Niet uit gewoonte, maar uit overtuiging. Omdat herdenken ons eraan herinnert wat er op het spel staat toen en vandaag.
Hieronder de volledige toespraak.
Best allemaal
Leren van de geschiedenis – en de geschiedenis begrijpen – hoe doe je dat?
Door boeken over vroeger te lezen?
Door de verhalen van ouderen te horen?
Door de verhalen te blijven vertellen?
Ja, dat helpt allemaal.
Maar het begint bij iets anders: het begint bij de wíl om ervan te leren.
Om te wíllen begrijpen.
Door vragen te stellen.
Niet aan de mensen met de grootste mening, maar mensen die in moeilijke omstandigheden wijsheid en inzicht hebben opgedaan.
Mensen die soms wat verder van ons af staan.
Maar soms ook heel dichtbij.
Mensen zoals Guusje Goede.
Ze is 16 als de oorlog begint – en woont met haar familie hier aan de Dorpsstraat 84.
Ze gaat al jong werken, bij een glashandel in Amsterdam.
Daar ontdekt ze dat de boekhouder in het geheim onderduikers helpt.
En ze besluit om mee te doen.
Ze is 20 als ze op de fiets gevaarlijke papieren rondbrengt.
Dat doet ze voor het Nationaal Steun Fonds: een ondergrondse bank, die via leningen en een grote omwisseltruc meer dan 100 miljoen gulden bijeen verzamelt.
Met dat geldt betaald het verzet in Nederland wapens en andere spullen.
Soms loopt Guusje over straat met duizenden guldens in haar tas.
Of met bonnetjes van mensen die hun spaargeld lenen aan het verzet.
Altijd met haar grijze zijden sjaal met witte stippen in haar tas, zodat de pakken met geld altijd bedekt zijn.
Guusje was een van de bijna 2.000 mensen die het Nationaal Steun Fonds hielpen.
84 van hen werden door de nazi’s vermoord.
Waaronder de oprichter, de Zaanse bankier Walravan van Hall.
U kent hem vast uit de film Bankier van het verzet.
Maar Guusje ging door, tot het einde van de oorlog.
Ze was niet bang zei ze zelf: “Als christen zag ik niet tegen de dood op. Wat ik vreesde was arrestatie en foltering, met als allerergste ramp de kans dat je zou doorslaan en dingen zou zeggen waardoor anderen gevaar liepen.”
Guusje was 21 toen ons land werd bevrijd.
Ze had nog een heel leven voor zich.
Maar terwijl haar leeftijdsgenoten feestvieren, werkt Guusje door.
Het Nationaal Steun Fonds moet netjes afgewikkeld worden: er moet ook weer geld worden terugbetaald.
En ze vraagt zich in haar dagboek af wat de toekomst haar zal brengen.
Blijkbaar voelde ze dat niet iedereen achter het verzetswerk stond.
Zo kwam er na de oorlog soms kritiek: verzetsmensen zouden vooral het leven van hun familie op het spel hebben gezet.
Voor Guusje Goede was die kritiek onbegrijpelijk.
Uit boosheid sprak ze 40 jaar lang sprak ze zo min mogelijk over haar ervaringen in de oorlog.
Maar ze schreef ze gelukkig wel op.
Pas in de jaren tachtig kreeg ze een onderscheiding voor haar werk.
Ze stierf in 2009 en was toen 85 jaar oud.
[…]
Hoe helpt het verhaal van Guusje Goede ons om de geschiedenis te begrijpen?
Ik denk op 3 manieren:
Ten eerste was Guusje een van ons.
Een dorpsgenoot, een Landsmeerse.
Een jonge vrouw met een familie, een baan, met dromen over de toekomst.
Iemand die nadacht over recht en onrecht, zoals we dat allemaal wel eens doen.
Maar ook iemand die besloot om iets te doen.
Achteraf noemen we deze mensen dan dapper en moedig.
Maar het begint meestal met een heel eenvoudig besluit: ik moet iets doen.
Ten tweede leren we van Guusje iets over de rol van vrouwen in het verzet.
Die rol is te lang onderbelicht gebleven.
In de klassieke boeken over de oorlog gaat het vaak over stoere jongens en mannen.
Over stoere verzetsvrouwen ging het veel te weinig.
Gelukkig verandert dit – en krijgen ook zij de erkenning die ze verdienen.
Zeker in een tijd waarin de wereld vooral gedomineerd lijkt te worden door zogenaamde ‘sterke mannen’.
Ten derde weten we dat Guusje niet de enige was, die in verzet kwam.
Haar verhaal staat voor een grotere beweging van mensen, die opstonden tegen het kwaad.
Ook in Landsmeer waren er gelukkig meer mensen, die in verzet kwamen.
Daarom koesteren we hun verhalen.
Omdat ze ons een spiegel voorhouden.
Ze leren ons de les dat het altijd mogelijk is om op te staan voor vrijheid, vrede en veiligheid.
Dat is een belangrijke boodschap, nu de wereld om ons heen onrustiger wordt.
Nu de democratie het op allerlei plekken in de wereld moeilijk heeft tegen de kille machtspolitiek van autocraten en dictators.
Nu oorlog, onderdrukking en geweld aan terrein lijken te winnen.
Het verhaal van Guusje Goede laat ons ook zien dat we waakzaam moeten blijven.
Dat we ons moeten blijven uitspreken.
Dat we pal moeten blijven staan voor de kernwaarden van democratie en rechtsstaat.
[…]
Beste allemaal,
Landsmeer bestaat dit jaar maar liefst 700 jaar.
We hebben een geschiedenis om trots op te zijn.
En daarom vieren we dit bijzondere jubileum in deze periode uitbundig.
Maar eerst staan we vanavond stil, zijn we vanavond stil.
Omdat ook de Tweede Wereldoorlog een belangrijk hoofdstuk in onze geschiedenis is.
Een hoofdstuk vol verhalen, die ons iets te zeggen hebben.
Waar we van kunnen én moeten leren.
Verhalen van Landsmeerders die in verzet kwamen.
Verhalen van onze dorpsgenoten, die weggevoerd werden.
En wiens verhalen wij blijven horen, dankzij de stolpersteine die ook in Landsmeer te vinden zijn.
Maar ook het verhaal van Sgt William Brown, Sgt Alfred Chapman, Sgt Edward Fieldhouse, Sgt Hugh McDonald, Sgt Joseph Parry, Sgt Ian Robertson.
Mannen die niet uit Landsmeer kwamen, maar wel hier het leven lieten voor onze vrijheid.
Ze zijn daarom voor altijd aan ons verbonden.
En we zijn dankbaar dat de kleinzoon van Sgt Willam Brown – Mr Ken Brown – hier vandaag aanwezig is, samen met zijn familie.
En samen met vertegenwoordigers van de Royal Air Force.
Zo eren we vandaag ook gewone, dappere mensen als Guusje Goede.
Mensen die opstonden tegen het kwaad.
En we eren en bedanken de veteranen, en kijken naar onze eigen veteranen.
Mensen uit onze gemeente die opstonden om onze vrede, vrijheid en veiligheid te beschermen – overal ter wereld.
We willen hun verhalen horen en ervan leren.
Zodat we goed beseffen wat we zelf kunnen doen, om vrijheid, vrede en veiligheid te beschermen.
Want dat is echt aan onszelf.
Ze ontstaan niet vanzelf en ze blijven niet vanzelf.
Kijk maar naar de wereld om ons heen.
Er zijn zoveel plekken waar vrede en veiligheid ontbreken.
Waar die zogenaamde ‘sterke mannen’ het vrije leven verstikken.
Het is dus aan óns – om vrijheid, vrede en veiligheid te beschermen.
In Landsmeer, Den Ilp en Purmerland.
In Nederland.
In Europa.
Door je uit te spreken.
En door concreet iets te gaan doen tégen het kwaad en vóór het goede.
Net als Guusje Goede.
Net als William Brown.
En net als ónze veteranen.
Dank u wel
