
Tekst en foto Yvonne Jonkman: Dochter Irene wikt en weegt of het bedrijf gaat overnemen van haar ouders Theo en Ina
Aan de keukentafel in huize Bouwman om te spreken over werken in een familiebedrijf in de agrarische sector. Theo is 64, Ina 65, Irene 28 jaar. In het gezin zijn drie universitair opgeleide kinderen: Suzan is arts, Stephan agrotechnoloog, Irene heeft technische bedrijfskunde gestudeerd en werkt in de industriële sector. Zij is de enige die overweegt in het bedrijf te gaan om dat later mogelijk over te nemen.
“Wat ons betreft, ligt de kracht van een familiebedrijf letterlijk in het samen werken met elkaar, ook als gezin. Je gaat ervoor met hart en ziel. Vakanties worden pas gepland als het werk geregeld is. Je kan wel zeggen dat het runnen van een boerenbedrijf een leefwijze is. Rondje fietsen? Dan ga je automatisch koeien tellen, er is altijd een doel. We hebben 65 melkkoeien, 30 stuks jongvee en 15 schapen. De melkrobot heeft ons wel werk uit handen genomen, we zijn niet meer gebonden aan vaste tijden”, zegt Theo.
Trots op
Irene: “Waar ik trots op ben? Onze boerderij is altijd een plek geweest waar veel mensen graag komen. Vrienden en familie. In de afgelopen 20 jaar en nu nog steeds, vangen mijn ouders pleegkinderen op die hier tijdelijk verblijven, hier rust en veiligheid vinden. Terugdenkend gaat het om zeker 20 kinderen.” Ina vult aan door te zeggen dat je het met elkaar redt omdat je er altijd bent en hier de vrijheid en de ruimte hebt. Ook het feit dat zij kwaliteitsmelk aan de Cono leveren en het lamsvlees aan de slager in Oosthuizen, geeft haar een trots gevoel. Theo is voldaan als hij door een rustige stal loopt met tevreden vee, maar ook als hij in het voorjaar in het land de weidevogels weer hoort. Natuurlijk is hem niet ontgaan dat de ganzen de ‘eerste snee’, het eiwitrijke gras voor de koeien, nu alweer hebben weggevreten. Vorig jaar heeft hij zelfs meer dan de helft van de wintervoorraad voer moeten inkopen omdat er geen gras was om te maaien.
Toekomst bedrijf
Theo: “Wij hebben een traditioneel melkveehouderijbedrijf. Irene is de enige van de kinderen die ervoor voelt om in het bedrijf te gaan. Maar ze heeft sinds een week een nieuwe baan die vereist dat ze er 5 dagen is.”
Irene: “Ik ben een heel doenig mens, vind veel dingen leuk en interessant. Als ik daadwerkelijk met mijn partner in het bedrijf zou stappen, dan investeer ik in een heel andere leefwijze, worden er andere eisen aan mij gesteld en moet dan het leven dat ik nu leid, achter mij laten. Ik zou dan kunnen overwegen om niet meer voor melkvee te gaan, maar voor vleesvee of jongveeopfok. Dan breng je dus de dieren van een ander groot. Een tak natuurbeheer zou daar prima bij passen. Ik dub en denk na, zet de plussen en de minnen op een rijtje. Er zijn kansen en beperkingen. Bij beperking denk ik automatisch aan de aantallen ganzen die het gras opvreten. Bij kansen komen de koeien in beeld die het land onderhouden en het veenweidelandschap kleur geven. Een ander type koe, een andere bedrijfsvoering? Ik neem het allemaal mee in een later besluit.”