
Ik heb er even flink de tijd voor moeten nemen. Om te laten bezinken wat hier is gebeurd. Tussen het groen van de ene camping, aan het water voor de caravan bij de andere, in onze heerlijke tuin onder de vlinderstruik. Enzovoort.
Wat. Is. Hier. Gebeurd.
25 jaar na de brand die Volendam voor altijd veranderde, kwamen zij samen: helikopterpiloten, brandweerlieden, Rode Kruis-medewerkers, EHBO’ers, verpleegkundigen, Sigma-medewerkers. Mensen die toen het onmogelijke mogelijk maakten. Sommigen kwamen met vragen, anderen met herinneringen die al een kwart eeuw onbeantwoord bleven. Allen met één verlangen: verbinding. En die vonden ze.
De krant schreef over “vragen, antwoorden en bijzondere ontmoetingen”. En dat was precies wat er gebeurde. Ik had al maanden gesproken met bijna iedereen die zou komen, vaak meermaals. Ik hoorde hun verhalen, voelde hun kracht, zag hun twijfels en hun onwrikbare toewijding. Mijn beeld van die avond stond al vast: dit gaat bijzonder worden. En dat werd het. Fijn, al die bedankjes en woorden vol lof de dag erna. Maar waarom voelde het dan zo gek, zo gek dat ik er amper op kon reageren?
Het was niet voor mij, het voelde niet voor mij. Kijk naar wat zij doen. Kijk naar hun lef, elke dag, jaar na jaar. Kijk naar de kracht die ze tonen als wij het écht nodig hebben. Mijn applaus? Dat geef ik door. Aan hen. En ik weet het nu zeker: dit is mijn missie. De mens achter het uniform zichtbaar maken. Zodat we allemaal wat vaker wat liever zijn. Want zij staan er als het er écht toe doet.
Ik ben en ga de aankomende tijd in gesprek met organisaties met ieder denkbaar uniform. Wat ik precies ga doen? Weet niet. Maar ik weet wel: houd het in de gaten. En laat het applaus waar het hoort; bij hen.