
De politieke situatie in Oostzaan heeft een opmerkelijke draai gekregen. De VVD werd met afstand de grootste partij en haalde 40 procent van de stemmen. Toch ligt er nu een college zonder de VVD. Dat zegt nogal wat over hoe de gesprekken na de verkiezingen zijn verlopen. Na de verkiezingen ging het vooral over de winst van de VVD. Begrijpelijk ook. Maar in Nederland ben je er niet met alleen verkiezingen winnen. Zeker niet in een gemeenteraad als die van Oostzaan. Uiteindelijk moet je kunnen samenwerken. Verbinding maken. Ook met partijen waarmee je het niet altijd eens bent. Blijkbaar is dat onvoldoende gelukt.
Dat is opvallend, omdat de VVD al jaren bestuurlijk een dominante rol speelt in Oostzaan. De partij stond niet langs de kant, maar zat zelf aan het stuur. Tegelijkertijd had de campagne soms de toon van een oppositiepartij. Dat kan electorale winst opleveren, maar maakt samenwerken daarna niet makkelijker. Want als je jezelf groot maakt door je sterk af te zetten tegen andere partijen, dan kom je die partijen na de verkiezingen gewoon weer tegen aan de formatietafel. En daar liep het vast.
Maar daarmee is niet alles gezegd. Ook de nieuwe coalitie zal zich rekenschap moeten geven van de situatie die nu is ontstaan. Er ligt straks een college van meerdere kleinere partijen, terwijl de grootste partij van het dorp buiten het bestuur staat. Dat is bestuurlijk kwetsbaar en vraagt om extra zorgvuldigheid. Lokale politiek gaat vaak over smalle marges. Persoonlijke verhoudingen spelen mee. Oude discussies blijven soms lang hangen. Dan ligt scherpslijperij altijd op de loer. Maar Oostzaan heeft daar op dit moment weinig aan.
De gemeente staat voor serieuze opgaven. Financieel, bestuurlijk en helemaal als het gaat om de toekomst van het dorp zelf. Dat vraagt van alle partijen iets meer dan profilering of politieke genoegdoening. Zowel van de coalitie als van de VVD in de oppositie. De vraag is daarom niet alleen hoe dit college gaat besturen, maar ook hoe de VVD oppositie gaat voeren. Vanuit frustratie omdat men buiten het college is gebleven? Of vanuit het besef dat de politieke verhoudingen in Oostzaan uiteindelijk vragen om samenwerking en bestuurlijke rust?
Misschien is dat uiteindelijk ook de belangrijkste les van deze formatie. Groot zijn is één ding. Maar in een coalitieland moet je ook in staat zijn om samen iets op te bouwen. Andersom geldt hetzelfde: een meerderheid vormen is ook niet genoeg. Uiteindelijk zal het nieuwe bestuur moeten laten zien dat het meer is dan een optelsom van kleinere partijen die elkaar hebben gevonden om de grootste buiten het college te houden.
Daar heeft Oostzaan uiteindelijk niets aan. Het dorp heeft vooral behoefte aan bestuurders die gezamenlijk iets gaan bouwen, letterlijk en figuurlijk.