De Purmer, Julianaweg, De Lange Weeren en Waterfront grijpen in elkaar, terwijl vragen over bedrijfsgrond, woningbouw, onderwijs, netcongestie en financiële risico’s nog openstaan.
In 2023 kocht de gemeente de percelen Slobbeland 9-11 met gemeenschapsgeld, met het oog op de ontwikkeling van een cultureel en historisch pand binnen het Waterfront. Drie jaar later is die ontwikkeling niet gerealiseerd en wordt de grond alweer te koop aangeboden. Tegelijkertijd worden plannen gemaakt voor nieuwe bedrijfsgrond in De Purmer, “verandert” de Julianaweg in de richting van een woon-werkgebied en zijn ook binnen het Waterfront grote verschuivingen gaande. Voor Lokaal Edam-Volendam (LEV) roept dat een steeds dringender vraag op: waar is het integrale totaalplan en wat gaan al deze keuzes onze inwoners uiteindelijk kosten?
Voor LEV is Slobbeland 9-11 moeilijk uit te leggen. Als een gemeente met gemeenschapsgeld grond aankoopt voor een concreet doel en drie jaar later blijkt dat doel niet gerealiseerd en wordt de grond opnieuw op de markt gebracht, dan kun je wat ons betreft moeilijk spreken van geslaagd gemeentelijk grondbeleid. Bij dergelijke aankopen moet vooraf duidelijk zijn wat het doel is, hoe realistisch dat doel is en welke financiële risico’s uiteindelijk bij de gemeente (en daarmee bij onze inwoners) terechtkomen.
Slobbeland staat bovendien niet op zichzelf. Op meerdere plekken in onze gemeente staan grote ruimtelijke veranderingen voor de deur. Recent berichtte de NIVO over de verdere ontwikkeling van de Julianaweg. Het beeldkwaliteitsplan wordt naar verwachting nog dit jaar aan de gemeenteraad aangeboden. Daarbij wordt nadrukkelijk gesproken over afstemming met twee andere grote ontwikkelingen: De Purmer en De Lange Weeren. Die samenhang is belangrijk. Wanneer bestaande bedrijventerreinen transformeren naar woon-werkgebieden, kan dat gevolgen hebben voor de hoeveelheid bedrijfsruimte die elders nodig is. Tegelijkertijd wordt in De Purmer juist nieuwe ruimte voor bedrijven voorzien.
LEV stelde daarom op 12 juni bijlage over de Initiatievenloods (ideeënbus), Julianaweg, De Purmer, woningbouw, demografie en onderwijs. Op 20 augustus ontvingen wij de beantwoording. Die antwoorden geven onze fractie echter nog altijd niet het totaalbeeld dat nodig is om zulke grote keuzes goed te kunnen beoordelen.
Uit de gemeentelijke stukken blijkt bijvoorbeeld dat binnen de transformatie van de Julianaweg voor twee initiatieven inmiddels vervolggesprekken plaatsvinden om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst. LEV vroeg welke locaties dit betreft, welke functies daar worden onderzocht en welke vervolgstappen worden voorzien. Het college maakt dat niet bekend en verwijst naar mogelijke privacygevoelige en bedrijfsgevoelige informatie.
Daarom stelden wij bewust ook een vraag waarvoor helemaal geen namen van ondernemers nodig zijn: hoeveel bestaande bedrijfslocaties binnen de Julianaweg zijn momenteel onderwerp van initiatieven waarbij woningbouw wordt onderzocht of voorbereid? Ook dat aantal krijgen wij niet. Dat is opvallend, omdat uit de stukken wel blijkt dat twee initiatieven binnen de transformatie van de Julianaweg inmiddels zo ver zijn dat vervolggesprekken plaatsvinden om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst. Hetzelfde geldt voor onze vraag of zich onder de acht initiatieven die de gemeentelijke Initiatievenloods hebben doorlopen locaties bevinden waarbij verplaatsing van bestaande bedrijven onderdeel is van de ontwikkeling. Ook daarop geeft het college geen inhoudelijk antwoord.
En daarmee komen we bij De Purmer. Het college stelt dat De Purmer kan voorzien in de lokale behoefte aan bedrijfsruimte voor verplaatsingen en uitbreidingen en daarnaast voor een deel in de regionale behoefte. Als onderbouwing wordt onder meer verwezen naar een behoefte van 650 tot 1.100 hectare in Metropool Regio Amsterdam (MRA)-verband tot 2040.
Maar LEV wil juist weten wat de behoefte binnen onze eigen gemeente is. Hoeveel bedrijven willen uitbreiden of verplaatsen en kunnen daarvoor niet terecht op bestaande bedrijventerreinen? Op onze vraag hoeveel concrete verzoeken daarvoor momenteel bekend zijn, geeft het college geen aantal. Op onze vervolgvraag hoeveel bedrijven momenteel op een wachtlijst staan voor bedrijfsgrond binnen Edam-Volendam, is het antwoord wel glashelder: er is geen wachtlijst.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat LEV concludeert dat er geen behoefte aan nieuwe bedrijfsgrond bestaat. Maar als wij vele hectares grond voor tientallen jaren een nieuwe bestemming willen geven en daar uiteindelijk grote publieke en private investeringen mee samenhangen, moet aantoonbaar zijn hoeveel lokale bedrijfsruimte daadwerkelijk nodig is en waarop die behoefte is gebaseerd. Eerst besluiten dat we ruimte nodig hebben en pas daarna uitzoeken hoeveel behoefte er werkelijk bestaat, is wat LEV betreft de verkeerde volgorde.
Ondertussen is ook binnen het Waterfront volop beweging. Naast het opnieuw te koop aanbieden van Slobbeland 9-11 moet scheepsreparatiebedrijf en machinefabriek W. Prins de haven verlaten in verband met de ontwikkeling van het Waterfront. LEV stelt nadrukkelijk dat dit bedrijf niet naar De Purmer verhuist. Maar het laat wel zien waarom één integraal overzicht noodzakelijk is. Op verschillende plaatsen worden gronden aangekocht en weer verkocht, veranderen functies en moeten bedrijven mogelijk plaatsmaken, terwijl elders nieuwe bedrijfsruimte wordt voorzien. De gemeenteraad moet kunnen beoordelen hoe al die bewegingen zich tot elkaar verhouden en welke financiële gevolgen en risico’s daarmee samenhangen.
Hetzelfde probleem zien wij bij woningbouw en onderwijs. LEV vroeg het college om de meest actuele demografische prognose voor 2026 tot 2045, inclusief de verwachte ontwikkeling van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd per kern. Die cijfers krijgen wij niet. Het college verwijst naar het Integraal Huisvestingsplan Scholen waaraan momenteel wordt gewerkt. Ook vragen over toekomstige leerlingenaantallen, de capaciteit van bestaande basisscholen, geboortecijfers en de gevolgen van verschillende typen woningbouw voor de onderwijsbehoefte worden naar dat toekomstige plan doorgeschoven.
Tegelijkertijd wordt in beleidsstukken gesproken over mogelijke onderwijsvoorzieningen in De Purmer. Op onze vraag welke demografische, onderwijskundige en ruimtelijke uitgangspunten aan onderzoek daarnaar ten grondslag liggen, antwoordt het college: “Onderzoek is op dit moment niet aan de orde.”
Voor LEV gaat deze discussie daarom allang niet meer over één stuk grond of één afzonderlijk project. Het gaat over de vraag hoe we omgaan met gemeenschapsgeld, schaarse grond en besluiten die onze gemeente tientallen jaren bepalen. Als bedrijven op bestaande locaties plaatsmaken voor woningbouw of andere ontwikkelingen, willen wij weten waar zij terechtkunnen. Als daarvoor nieuwe bedrijfsgrond in De Purmer nodig is, willen wij weten hoeveel. Als duizenden woningen worden gepland, willen wij weten wat dat betekent voor onze bevolkingsontwikkeling, voorzieningen en scholen. En wanneer de gemeente zelf aangeeft dat grote projecten als Julianaweg, De Purmer en De Lange Weeren met elkaar moeten worden afgestemd, moet ook de gemeenteraad die samenhang volledig kunnen beoordelen.
Dat is juist nu extra belangrijk. De formatie voor een nieuw gemeentebestuur is nog gaande. De afspraken die daar worden gemaakt, kunnen grote financiële en ruimtelijke gevolgen hebben en veel langer doorwerken dan één bestuursperiode. LEV vindt daarom dat we moeten voorkomen dat eerst langjarige keuzes worden vastgelegd en de onderbouwing, financiële gevolgen en daadwerkelijke behoefte pas daarna duidelijk worden.
Wat LEV betreft moet eerst één integraal overzicht op tafel komen: welke bedrijven willen daadwerkelijk verplaatsen of uitbreiden, hoeveel bedrijfsgrond is daarvoor nodig, welke bestaande locaties komen mogelijk vrij, hoeveel woningbouw hangt daarmee samen, welke gemeentelijke gronden worden gekocht of verkocht, welke publieke investeringen zijn daarmee gemoeid en welke financiële risico’s liggen uiteindelijk bij de gemeente? Ook moet duidelijk zijn wat de gevolgen van de huidige netcongestie zijn voor de haalbaarheid en planning van deze ontwikkelingen. Zeker nu voor delen van het elektriciteitsnet pas richting 2036 weer structurele uitbreidingsruimte wordt voorzien, kan die vraag niet los worden gezien van plannen voor nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen.
Het gaat uiteindelijk om de grond van onze gemeente en het gemeenschapsgeld van onze inwoners. Daar mogen we meer van verwachten dan losse plannen zonder zichtbaar totaalplaatje.
Eerst weten wat we nodig hebben, wat het kost en wie het betaalt. Dan bepalen waar we het gaan doen.
Fractie Lokaal Edam-Volendam (LEV)

Luchtfietsend het ravijn in 😂